|
Poëzie, een bloem geboren uit de nacht en liefdevol daarin geborgen.
Van oorsprong maken wij deel uit van een groot geheel, maar wij zijn
dat vergeten.
De periode waarin wij ons opnieuw met het collectief verbinden (religare),
wordt doorgaans gekenmerkt door een grote onstuimigheid.
Wanneer wij zijn ondergedompeld in diepe rouw, richten wij tijdelijk alle
energie op ons verdriet en branden daarmee een doorgang in de sluier die
ons van ons diepere gevoelsleven scheidt. Zoals een brandglas, waarin
de felle zon wordt opgevangen, een gat schroeit in het papier dat eronder
ligt.
Zo wordt een drempel overschreden en een diepere laag van onze ziel aangeboord.
Deze diepere laag zit vol met geheimen.
Waar gebeurtenissen bovenkomen, gaat de tijd op de helling. Ook al dicht
de tijd een open wond, in het landschap van de ziel blijft de inslag zichtbaar
in de krater.
Vreugde en verdriet, rijkdom en armoede, licht en duisternis, tijd en
eeuwigheid. Het zijn deze onlosmakelijk met elkaar verbonden tegenstellingen,
waardoor de dichteres Marianne Som wordt gefascineerd en geïnspireerd.
Tegen de achtergrond van universele kennis en wetmatigheden, de grote
wereld van de onvergankelijke Ideeën, die tijdloos en onaantastbaar
achter de zichtbare werkelijkheid staat, heeft de dichteres haar persoonlijke
gevoelens en gedachten neergezet.
Stilte en bespiegeling zijn de instrumenten die zij hanteert om de nooit
aflatende pijn, die de duisternis aandraagt, langzaam maar zeker om te
zetten in liefde en licht.
Marianne publiceerde poëzie bij:
Haar meest bekende gedicht 'Dag, lief kind'werd opgenomen in de verzamelbundels
Distelbloemen en Dichters uit het Web.
In eigen beheer werden twee dichtbundels uitgegeven: Een leven lang eeuwigheid
(1998) en Schemertijd (1999).
Reacties graag via mail
|